Into the wild

In April 1992, a young man from a well-to-do family hitchhiked to Alaska and walked alone into the wilderness north of Mt. McKinley. His name was Christopher Johnson McCandless. He had given $25,000 in savings to charity, abandoned his car and most of his possessions, burnt all the cash in his wallet, and invented a new life for himself …

Hoewel Into the wild al een tijdje op mijn leeslijstje stond, gewoon, omdat het een belletje deed rinkelen als moderne klassieker, kwam het pas echt prominent naar voor toen Tom Waes volop aandacht besteedde aan dit verhaal in zijn televisieprogramma ‘Reizen Waes‘. Gespreid over twee afleveringen trok hij naar Alaska, naar de verlaten bus waar McCandless uiteindelijk het leven liet.

Jon Krakauer brengt met Into the wild zijn relaas van het waargebeurde verhaal omtrent het jonge leven van Chris McCandless, die zichzelf trouwens een heel andere naam aanmat tijdens zijn expedities: Alexander Supertramp. McCandless leven krijgt op persoonlijk en financieel vlak een meer dan behoorlijke start: zijn vader heeft een erg goede job, waardoor het gezin weinig problemen kent in het opvoeden van hun kinderen. McCandless was als jongere geen ware rebel, maar als tiener bleek toch wel dat hij geen groot voorstander was van de hedendaagse maatschappij. Het deed hem besluiten om op pad te gaan, alleen, de natuur in. Eerst tijdens een zomervakantie, met zijn eigen auto, maar van zodra afgestudeerd aan de universiteit, laat hij het ‘gewone’ leven helemaal voor wat het is. Hoppend van de ene tijdelijke job naar de andere, zorgt hij ervoor dat hij steeds net genoeg middelen heeft om zijn tochten te kunnen uitvoeren. En hoewel McCandless niet noodzakelijk op zoek gaat naar menselijk contact, eerder het tegendeel zelfs, ontmoet hij tijdens zijn reizen door de VS verschillende personen die de jongeman snel in hun hart sluiten. Het zijn ook deze mensen rond wie Krakauer Into the wild ten dele heeft opgebouwd. Hun relaas biedt een mooie en indringende kijk op McCandless’ laatste levensjaren.

Wat het meest geweten feit is van Into the wild, is dat McCandless zijn tocht door Alaska, nabij Mt. McKinley, jammer genoeg niet overleefde. Hij stierf door de honger, en verkommerde als het ware in de verlaten Fairbanks City bus 142 die hij als zijn basiskamp was gaan beschouwen. Ondanks dit dramatische levenseinde, heeft Krakauer geen triest of deprimerend verhaal neergeschreven. Eerder is het een boek dat je meesleept, dat je doet begrijpen waarom McCandless zo gesteld was op een leven vol liften en rondtrekken. Je gaat ook inzien dat de jongeman helemaal niet zo hulpeloos of zelfs naïef was als je zou denken wanneer je voor het eerst iets hoort over de context van zijn overlijden. Into the wild maakt de hang naar avontuur erg tastbaar, zonder de gevaren ervan te negeren. Een pluim voor Krakauer en voor Chris McCandless.

| Versie die ik gelezen heb: Pan Books, 2007 (205 pp.)
| 2015 Reading Challenge: Ik tikte het vakje ‘A book based on a true story’ af

Koop bij bol.com

De republiek

Binnenkort is het alweer tijd voor De Boekenbeurs in Antwerpen, maar nu pas las ik één van de boeken die ik vorig jaar al op de beurs kocht: Joost de Vries’ De Republiek. Op het moment dat ik dit boek kocht werd het nog regelmatig bejubeld in de pers, niet in het minst omdat de Vries er de Gouden Boekenuil 2014 voor mocht ontvangen. Genoeg redenen dus om dit eindelijk maar eens te gaan lezen.

De Republiek brengt het verhaal van Friso de Vos, een academicus die het ietwat verliest wanneer zijn persoonlijke en intellectuele mentor, Josip Brik, onverwacht overlijdt. Brik was een geroemd professor in de Hitlerstudies én in de populaire cultuur – beiden behelzen meteen ook het interesseveld van Friso de Vos zelf. Op het moment van Brik’s overlijden is de Vos net in het buitenland. In Santiago de Chile, om precies te zijn, waar hij in het ziekenhuis herstelt van een levensbedreigende infectie. Hij kan daardoor niet aanwezig zijn op Brik’s uitvaartdienst, waardoor er op die dienst een àndere Brik-fanaat als spreker aan bod komt: ene Philip de Vries. Diezelfde de Vries wordt vanaf dan een totale obsessie voor de Vos, een obsessie die hem zelfs achtervolgt tot in een uiterst Nazistisch getinte antiekwinkel in Wenen …

Wat me het meeste aanspreekt in het boek, zijn de veelvuldige verwijzingen naar de hedendaagse pop culture – Lord of the Rings, Harry Potter, Game of Thrones … ze zijn nooit ver weg. En ook al herken je niet steeds àlle verwijzigingen, toch houd ik wel van zo’n stijl. Het doet me denken aan de spitsvondige dialogen waar bijvoorbeeld de Gilmore Girls-serie zo bekend voor staat. Ook daarin begrijp je niet steeds waar de referentie precies op slaat, maar belangrijker is dat je zin krijgt om iets te gaan opzoeken, en om zo iets bij te leren. Maar laat ik nu ook maar meteen vertellen dat De Republiek me in het algemeen toch een klein beetje tegenstond. Ik had er natuurlijk heel wat van verwacht omwille van die Gouden Boekenuil, en ik wil dit ook zeker een fijn en origineel boek noemen, maar het is er niet eentje die er zal uitspringen in mijn boekenkast. Misschien moet ik gewoon eens een ander boek van Joost de Vries gaan lezen? Ik ben er nog niet helemaal uit.

| Originele versie: De Republiek (2013)
| Versie die ik gelezen heb: Prometheus, 2014 (264 pp.)
| Dit boek telt mee voor: Ik Lees Nederlands 2015
| 2015 Reading Challenge: Ik tikte het vakje ‘A book you own but have never read’ af

Koop bij bol.com

Man’s search for meaning

In Man’s search for meaning (De zin van het bestaan) beschrijft psychiater Viktor Frankl hoe hij erin slaagde zijn jaren in de concentratiekampen te overleven, en hoe die overleving in verbinding staat met zijn professionele visie op psychiatrische behandelingen in de vorm van ‘logotherapie’.

Het vraagt geen verdere toelichting dat Frankl’s verblijf in een kamp als Auschwitz een onuitwisbare stempel heeft nagelaten op de rest van zijn leven. Maar toch hoef je in dit boek niet de vele verhalen te verwachten over het immer aanwezige afzien in die kampen (wie daarnaar op zoek is, raad ik bijvoorbeeld Nacht aan, door Elie Wiesel). Via de herinnering aan zijn ervaringen met de kamprealiteit, tracht Frankl in Man’s search for meaning vooral te verklaren hoe hij steeds een strohalm vond om zich aan vast te klampen. Die strohalm nam voor hem de vorm aan van de betekenis die hij op een of andere manier aan zijn leven kon geven. De liefde voor zijn vrouw, het uitzicht op de publicatie van zijn eigen boek … Deze en ook kleinere, betekenisvolle elementen, zorgden er volgens Frankl voor dat hij nooit de moed opgaf, hoe penibel zijn situatie ook was.

In het tweede deel van het boek wordt hier wat dieper op ingegaan. Frankl licht dan zijn manier van psychotherapie toe die gerelateerd is aan die constante hang naar betekenis in het leven: logotherapie. Voor hem en zijn collega-psychiaters betekent het dat je als mens niet zozeer moet ingaan op wat er al geweest is en op de problemen die je huidige situatie al dan niet verklaren. Neen, volgens de logotherapie is het net essentieel om te focussen op de toekomst, en om steevast betekenis te geven aan je leven, zelfs in tijdig van ongelooflijk lijden (denk dan bijvoorbeeld aan de concentratiekampen). Indien je dat betekenisvolle element nog niet gevonden hebt, dan is het volgens Frankl cruciaal om ernaar op zoek te gaan en van daaruit verder op weg te gaan.

Live as if you were living for the second time and had acted as wrongly the first time as you are about to act now.

Alles in beschouwing genomen ben ik niet verbaasd dat Man’s search for meaning al meer dan 12 miljoen keer de kassa van de boekhandel passeerde. Dat iemand als Frankl die jarenlang ontzettende gruweldaden van zo dichtbij heeft meegemaakt, die tal van mensen om zich heen ten onder zag gaan, elke dag opnieuw, toch zo’n positief verhaal kan brengen, is even bewonderenswaardig als inspirerend. Lees dit boek dus – elke reden is een goede reden.

| Oorspronkelijke versie: Ein Psycholog erlebt das Konzentrationslager (1946)
| Versie die ik gelezen heb: Beacon Press, 2006 (165 pp.)
| 2015 Reading Challenge: Ik tikte het vakje ‘A book that scares you’ af

Koop bij bol.com

Wat Milo zag

Maak kennis met Milo, een ontzettend intelligent 9-jarig jongetje dat lijdt aan retinitis pigmentosa, een oogziekte waardoor je alles als door een smalle tunnel ziet. In Wat Milo zag laat Virginia Macgregor je meekijken in het dagelijkse leven van Milo. Samen met zijn varkentje Hamlet woont hij bij zijn moeder, Sandy en (over-)grootmoeder, Lou. Dat is echter niet altijd zo geweest, want tot voor kort woonde ook Milo’s vader, Andy, nog bij hen. Toen die echter zijn moeder bleek te bedriegen met een andere vrouw, gingen Milo’s ouders uit elkaar. Wanneer Sandy op haar eentje niet langer kan instaan voor oma’s zorgen, besluit ze Lou naar een nabij gelegen rusthuis te sturen: Vergeet me niet. Zeer tegen Milo’s zin, want Lou is zijn beste maatje.

In Vergeet me niet gaat het er echter niet zo idyllisch aan toe, hoewel de meeste bezoekers dat niet lijken te merken. Door zijn aandoening is Milo echter erg opmerkzaam, en zo valt het hem algauw op dat de verzorging van de bewoners zeer te wensen overlaat. Ook Lou’s toestand is weinig stabiel te noemen. Gelukkig leert Milo algauw een nieuwe vriend kennen in het rusthuis: Tripi, de kok die eigenlijk een asielzoeker is, op zoek naar een beter leven in Engeland. Samen doen ze er alles aan om de wantoestanden in Vergeet me niet aan het licht te brengen.

Laat ik eerlijk zijn: ik was niet meteen weg van dit boek. Nochtans leest het makkelijk weg, al vanaf de eerste pagina. Ik moest echter even wennen aan de schrijfstijl van het boek – de eerste hoofdstukken lang had ik het idee dat ik een jeugdboek aan het lezen was, hoewel dat eigenlijk niet het geval is. Maar eens je wat meer middenin het verhaal zit, ebt dat gevoel grotendeels weg. Ik denk nog steeds dat de woordkeuze en de manier van vertellen iets meer op een volwassen lezerspubliek kan toegespitst worden, maar los daarvan heb ik Wat Milo zag erg graag gelezen. Ik leefde mee met Milo’s belevenissen, gedachten en problemen – ik moest bovendien ook helemaal geen moeite doen om me in te lezen, want het voelt allemaal best realistisch aan. Bovenal brengt Macgregor hiermee een warm verhaal, vol betekenis, met plaats voor liefde en ook voor verdriet. Macgregor en Milo – ze nemen je mee.

| Oorspronkelijke versie: What Milo saw (2014)
| Versie die ik gelezen heb: Boekerij, 2015 (334 pp.) – verschijnt september 2015
| 2015 Reading Challenge: Ik tikte het vakje ‘A book that was originally written in a different language’ af
| Met dank aan: Boekerij

Koop bij bol.com

Go set a watchman

Iedereen die een beetje van boeken houdt, heeft er intussen allicht al wel iets over opgevangen: Harper Lee, beroemd geworden met To Kill a Mockingbird (Spaar de Spotvogel), is er na jaren terug met een tweede boek, Go Set a Watchman (Ga Zet een Wachter). Belangrijk detail: Lee schreef Go Set a Watchman eigenlijk als eerste, in de jaren ’50 al, maar nadat het verhaal werd afgekeurd door haar toenmalige uitgever, kwam ze een paar jaar later met To Kill a Mockingbird aanzetten. Een absoluut succes, tot op vandaag.

Maar intussen was het manuscript van Go Set a Watchman dus schijnbaar zoek geraakt, decennialang. Tot voor kort, want enkele weken geleden werd het dan toch gedrukt en door boekenliefhebbers wereldwijd in huis gehaald … en ik deed natuurlijk net hetzelfde 🙂

Go Set a Watchman is vooral fijn om lezen voor wie ook al To Kill a Mockingbird op z’n palmares heeft, en wel omdat het zich zo’n 20 jaar later afspeelt in dezelfde setting. Veel van de belangrijkste hoofdfiguren – Scout (eigenlijk Jean Louise) en Atticus – zijn daarom ook de hoofdfiguren in dit verhaal. Na haar jeugd te hebben doorgebracht in het landelijke en typische Zuidelijke plaatsje Maycomb, Alamba, verhuisde Jean Louise naar New York. Wanneer ze besluit nog eens op bezoek te komen bij haar vader en tante, komt Jean Louise echter tot ontdekkingen in relatie tot haar familie en vrienden die haar bijzonder verbazen en ook bevrezen. Amerika’s verdeelde posities tegenover zwarten, spelen daarin een essentiële rol.

Ik wil hier toch even meegeven dat Go Set a Watchman al heel wat eerder negatieve reacties ontvangen heeft tot nu toe. Ik zit zelf toch niet helemaal op dezelfde lijn. Toegegeven, dit is geen tweede To Kill a Mockingbird, ver daarvan. Maar ieder ander boek ga je ook niet zomaar vergelijken met een van de grootste Amerikaanse klassiekers van de 20ste eeuw. Bekijk je Go Set a Watchman meer op zichzelf, dan zou ik stellen dat het een goed boek is, zonder meer. Maar bovenal heeft Lee me zin gegeven om binnenkort toch maar eens haar meesterwerkje te gaan herlezen …

| Versie die ik gelezen heb: HarperCollins, 2015 (278 pp.)
| 2015 Reading Challenge: Ik tikte het vakje ‘A popular author’s first book’ af

Koop bij bol.com

Cécile

Een hele tijd geleden las ik deze al, maar hier passeerde ie nog niet: Cécile.

De auteur van Cécile – Ish Ait Hamou – is in de eerste plaats gekend als het immer sympathieke jurylid bij het Vlaams-Nederlandse dansprogramma So You Think You Can Dance. Via die weg kwam ik vorig jaar terecht bij zijn debuutroman, Hard Hart. Toen al voelde ik me aangetrokken tot de verhalende schrijfstijl die hij in dat boek hanteerde. Na het lezen van deze tweede roman, Cécile, besefte ik dat ‘verhalend vertellen’ simpelweg een van Ait Hamou’s talenten is. Een talent dat ik erg op prijs stel.

In Cécile volgen we het leven van Djibril – we zien hem eerst opgroeien in een klein Marokkaans dorpje, steeds op verkenning, op zoek naar nieuwe avonturen. Mede door zijn constante hang naar avontuur komt Djibril als kleine jongen in Europa terecht, eerst in Spanje, en later in Frankrijk. De eigenlijke aanleiding voor zijn eerder toevallige vertrek uit Marokko, is de Franse Cécile. En het is ook Cécile die de kern van Djibril’s hele leven gaat betekenen.

Wat een prachtig boek vond ik dit. Eens je begint, zal je het ook zeker en vast uitlezen, daar twijfel ik niet aan. Het leven van Djibril, zijn belevenissen vooral, worden heel nauwgezet maar tegelijk ook heel eenvoudig belicht. Ait Hamou is niet de man van de literaire truukjes – hij is het soort schrijver die je helemaal meeneemt in zijn boeken, zoals hij je ook zou meenemen in een danschoreografie. Je voelt heel sterk dat hij zijn lezers voor de hele rit met zorg wil begeleiden, tot het einde, en daar slaagt hij prima in wat mij betreft. Let wel: ook al biedt Cécile een prachtig verhaal, wees erop voorbereid dat het er soms ook heel hard en negatief aan toe gaat. Voor mij maakte dit het gewoon nóg pakkender. Cécile – zeker eentje om op het zomerleeslijstje te zetten, als je het mij vraagt.

| Versie die ik gelezen heb: Uitgeverij Manteau, 2015 (320 pp.)
| Dit boek telt mee voor: Ik Lees Nederlands 2015

Koop bij bol.com

De laatste vier dagen van Paddy Buckley

Paddy Buckley lijkt een mens als ieder ander. Hoewel hij een eerder aparte job heeft – Paddy werkt al jarenlang voor begrafenisondernemer Gallagher’s – zijn het de gewone dingen des levens die zijn pad kruisen. Maar sinds zijn vrouw Eva plots overleed, is zijn leven niet langer hetzelfde. Aan slapen komt Paddy nauwelijks toe, wat op een zekere avond een dodelijk ongeval tot gevolg heeft dat zijn verdere leven geheel zal veranderen. Slachtoffer van het ongeval is namelijk Donal Cullen, een van de meest gevreesde maffiabazen van Dublin.

De verhaallijn van Paddy’s intense aanvaringen met Cullen’s partners in crime, wordt verder aangevuld met nogal wat romantische avonturen. Kortom, wat zich de vier dagen na het ongeval afspeelt in Paddy’s leven, treft alle verbeelding.

Volgens de uitgever is De laatste vier dagen van Paddy Buckley een aanrader voor de fans van The Sopranos. Jammer genoeg heb ik nog nooit een aflevering van The Sopranos gezien, maar wat ik wel kan zeggen, is dat ik dit een erg onderhoudend boek vond. Zwarte humor is Jeremy Massey duidelijk niet vreemd, maar doordat hij nooit over de schreef gaat, zorgt net dit voor het andere, creatieve kantje. Voor wie wel houdt van licht lugubere humor en een aangename schrijfstijl, mag dit zeker op het leeslijstje.

| Oorspronkelijke versie: The Last Four Days of Paddy Buckley, 2015
| Versie die ik gelezen heb: Uitgeverij Brandt, 2015 (304 pp.)
| Met dank aan: Not Just Any Book / Uitgeverij Brandt

Koop bij bol.com